[1] Lapjeskat = kat met driekleurig gevlekte vacht.
[2] Verknippen = door verkeerd knippen verknoeien. fig: niet evenwichtig van geest
[3] Bakker: uitdr. het is voor de bakker = in orde, afgewerkt, klaar.
[4] Graat: uitdr.: van de graat vallen = flauw vallen van de honger.
[5] Engeltje: uitdr.:alsof er een engeltje op je tong piest = gezegd van iets zeer smakelijks.
[6] Geheim: dat is het geheim van de smid = daarin ben ik (hij of zij) zeer bedreven.
[7] Naadje: uitdr. het naadje van de kous weten = de preciese toedracht weten.
[8] Boer: uitdr.: wat de boer niet kent eet hij niet = bij veel mensen bestaat het wantrouwen tegen nieuwe en onbekende dingen.